Wanneer de scheiding heeft plaatsgevonden, staat me niet meer helder voor de geest. Ik kan er geen exacte datum op plakken. En de reden? Gewoon uit elkaar gegroeid, vermoed ik. ‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans‘, zoals een filosoof uit Liverpool het ooit verwoordde. Terwijl ik vroeger polyamoureus was en er innige relaties op nahield met Alfred ‘Big Al’ Lagarde, Hanneke Kappen, Lotje IJzermans, Gerard J. Walhof, Erwin Blom en Luc ‘Krapuul de Lux’. Janssen. Met name die laatste was een genot om naar te luisteren, mede door zijn altijd sterke bindteksten.

Kort samengevat: ik luister vrijwel nooit meer naar de radio. Komt ook doordat veel radioprogramma’s niet meer draaien om de muziek, maar om de DJ’s en hun ego. Plus dat je met een druk op de knop alle muziek die je maar kunt wensen onder handbereik hebt, hetgeen dan weer niet altijd een pré is, want ‘in der Beschränkung zeigt sich der Meister‘.

Vroeger -toen de dieren nog konden praten- was dat wel anders. Woensdag was de vaste radiodag. VPRO-radio. Daar was het te doen. Daar hoorde je de nieuwste alternatieve muziek voor snobs in wording, zoals ondergetekende. Vaak was ik op woensdag echter de deur uit. Omdat ik me er toen al van bewust was dat de meeste mensen thuis in hun eigen bed sterven, was ik daar zo weinig mogelijk. In dat geval nam mijn vader zaliger dan drie uur VPRO-radio voor me op. Op cassettebandjes. Hij moest dan vier keer de trap op naar mijn boycave om twee C90 cassettebandjes telkens na drie kwartier om te draaien (Gen-Z en Gen-X’ers vragen zich nu misschien af: waar hééft die gast het in godsnaam over???). Die cassettebandjes beluisterde ik na thuiskomst dan weer, plukte er de beste nummers uit (niet door de intro van een plaat heen lullen svp, DJ!) en zette die weer over naar een ander cassettebandje.

In mijn werkzame leven had ik een radio op mijn bureau staan. Aanvankelijk Studio Brussel, maar dat trok het gros van mijn collega’s niet, waarna ik in een milde bui en om de lieve vrede te bewaren dan maar overschakelde naar Radio 2. Na een tijdje werd er een oekaze uitgevaardigd: de muziek uit mijn radio verstoorde de concentratie van mijn collega’s en moest uit. Als noodgreep dan maar een hoofdtelefoon opgezet en internetradio aan, om in het zweet mijns aanschijns mijn brood te verdienen. Dat was ook weer van korte duur, want je wil natuurlijk niet als de aso van de werkvloer worden gelabeld.

De enige keren dat ik nu nog naar de radio luister, is wanneer ik naast mijn vriendin in haar auto plaatsneem. Haar autoradio staat verankerd op Radio Willy. Niks mis mee, altijd fijn reisgezelschap (Willy én m’n vriendin), maar meestal ben ik degene die rijdt of als BOB fungeert, dus dat schiet ook niet echt op. Misschien moeten we daar eens over praten. Met niks aan, behalve de radio.

DJ 45Frank

PS Als compensatie dan maar wat radiosongs die zich in mijn singlescollectie bevinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in