Er zijn bands die je niet vaak genoeg live kunt zien. Op persoonlijke titel: dEUS, Wilco, Sophia, om er een paar te noemen. Dan zijn er nog artiesten waarbij je twijfelt of je ze nog live wil zien. In mijn geval: Nick Cave & the Bad Seeds. Nog altijd fenomenaal, daar niet van. Cave loopt tegenwoordig op handen bij zijn shows, terwijl devote fans mogelijk denken dat ome Nick ook over water kan lopen. Ik heb nog steeds de gave van bewondering, maar (blinde) adoratie is mij vreemd.

Artiesten die ik spijtig genoeg nooit live heb gezien, vanwege het feit dat zij reeds hun taas hebben gelaten? David Bowie, Prince, Leonard Cohen. Bands die ik niet meer hoef te zien, omdat zij nog slechts een schim van, of een parodie op zichzelf zijn? Dan denk ik vooral aan new wave bands uit de donkere jaren ’80 (Sisters of Mercy, iemand?). We leven in een tijdsgewricht waarin doemdenken een comeback maakt, maar voor alles is er een tijd en een plaats. Ieder zijn meug en voor wie 1982 nu al 45 jaar duurt, wens ik veel plezier, maar zo af en toe moet ik grenzen stellen.

Er is één band die ik na een passage in ons tochtgat aan de Noordzee nooit meer live heb gezien. Beter gezegd: nooit meer heb wíllen zien. Om een bijzondere, strikt persoonlijke reden. We schrijven het jaar 2008 en Sigur Rós speelt op Lowlands. Een optreden waarvoor het superlatief ‘magisch’ tekortschiet. Het is ten hemel stijgen, zonder daarvoor dood te hoeven gaan. Veel herinneringen aan dat optreden dreigen stilaan te verdwijnen in de mist van de tijd. Bovendien is mijn kennis van het Hopelandish -de verzonnen taal waarvan frontman Jónsi zich bedient- nogal roestig. Ook heb ik geen idee meer welke songs er die avond op het programma stonden, dus op de vraag of ‘Mnvespaprøtteltlekkur’ de revue is gepasseerd, moet ik het antwoord schuldig blijven. Daarvoor moet ik setlist.fm of YouTube maar eens raadplegen. Het is en blijft het meest emotioneel beladen concert dat ik ooit heb bijgewoond. Dat vertaalde zich in vochtige ogen. Aangezien ik toen nog het principe huldigde dat een man niet mag huilen, depte ik met enige regelmaat mijn lichtjes overstromende ooghoeken en hield me groot. Totdat na het optreden de lichten in de tent aan gingen en ik werkelijk iederéén om me heen zag snotteren. Het duurde geruime tijd om van dit concert bij te komen.

Hierna was Sigur Rós nog diverse malen live te zien in Nederland, maar ik durfde het niet aan om een ticket te kopen. Niet dat ik bang was om teleurgesteld te worden, maar eerder vanwege de vrees dat de magie van dat Lowlands-optreden daarmee verbroken zou worden. Ter (lichte) compensatie bekeek ik in de navolgende jaren de DVD ‘Heima’ diverse keren, een documentaire over hun toer in 2006 in IJsland. De concerten werden gehouden in oude visfabrieken, studio’s, buurthuizen, verlaten velden en grotten, naast optredens in Reykjavik. Die schitterende documentaire is tevens pure IJsland-promotie en werkt beter op het gemoed dan Prozac. Alleen van rust mag u meer verwachten.

DJ 45Frank

Luistertip

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in